versoepeling maatregelen

Ziekte van Newcastle  Maatregelen van kracht in een toezichtsgebied met een straal van 10 km  (KB van 28 november 1994)   

  Onder voorbehoud dat ze steeds kunnen aangepast worden aan nieuwe ontwikkelingen voordoen,  zijn de maatregelen, die van kracht zijn in een toezichtsgebied (TG) rond een besmetting op een  professionele pluimveehouderij, de volgende. Deze maatregelen komen bovenop de maatregelen  van toepassing in het hele land, zoals beschreven in het document “Maatregelen van toepassing op  het hele Belgische grondgebied” (zie www.favv.be/dierengezondheid/vogelgriep/maatregelen.asp).    De maatregelen in een TG zijn ten minste gedurende 30 dagen van toepassing. Zij kunnen worden  verlengd naar aanleiding van nieuwe besmettingen in de zone of in functie van andere  ontwikkelingen.      Maatregelen van toepassing voor alle houders van in gevangenschap gehouden vogels in het TG 

1. Het verplaatsen van pluimvee  en broedeieren is verboden.  Dit verbod geldt niet voor de doorvoer over de autosnelwegen of de hoofdlijnen van het  spoorwegnet, op voorwaarde dat de dieren of eieren niet worden uitgeladen en dat nergens halt  wordt gehouden. 

2. Het verplaatsen van andere vogels dan pluimvee is toegestaan binnen het TG. Deze dieren  mogen het TG niet verlaten. 

3. Het verzamelen van alle in gevangenschap gehouden vogels is verboden.      Bijkomende maatregelen voor alle professionele pluimveebedrijven in het TG 

1. De verantwoordelijke maakt een inventaris op van het pluimvee en de vogels die hij houdt. Hij  stuurt deze inventaris binnen de 24 uur door naar de LCE van het FAVV waarvan hij afhangt  (contactgegevens: www.favv‐afsca.fgov.be/lce/). 

2. Alle pluimvee op de houderij moet éénmaal per week, met een tussentijd van minstens vier  dagen tussen de onderzoeken, door de bedrijfsdierenarts onderzocht worden. Deze voert bij zijn  bezoek een klinisch onderzoek en een telling uit. Hij neemt waar nodig monsters voor een  laboratoriumonderzoek. De dierenarts noteert zijn bevindingen in het bezoekersregister en  tekent dit af. 

3. Gebruikt strooisel, mest of drijfmest van pluimvee mag niet worden afgevoerd of uitgespreid. 

4. Derogaties op het verplaatsingsverbod van pluimvee en broedeieren:  a) Het rechtstreekse vervoer van pluimvee naar een slachthuis, dat bij voorkeur gelegen is in  het beschermingsgebied (BG) of in het TG, met akkoord van de LCE en onder de volgende  minimale voorwaarden:  ‐ het gaat om gevaccineerd pluimvee;  ‐ het vervoer moet vergezeld gaan van een vervoerstoelating afgeleverd door de LCE;  deze toelating kan bijkomende voorwaarden omvatten; 

Ziekte van Newcastle: maatregelen TG – v3 – 25/07/2018   2 

‐ het vervoer moet plaatsvinden tussen 6 en 17 uur;  ‐ de keurder van het slachthuis van bestemming gaat de éénvormigheid van de lading na,  vervolledigt de toelating en maakt ze binnen de 24 uur over aan de LCE van het bedrijf  van herkomst.  b) Het rechtstreekse vervoer van eendagskuikens, legrijpe kippen en andere pluimvee, alsook  van broedeieren naar een bedrijf gelegen in het BG of het TG, met akkoord van de LCE,  onder de volgende minimale voorwaarden:  ‐ het gaat om gevaccineerd eendagskuikens, legrijpe kippen en ander pluimvee,  ‐ er mag geen ander pluimvee aanwezig zijn op het bedrijf van bestemming;  ‐ het vervoer moet vergezeld gaan van een vervoerstoelating afgeleverd door de  LCE; deze toelating kan bijkomende voorwaarden omvatten;  ‐ het vervoermiddel en de kratten worden grondig gereinigd en ontsmet vóór het  verlaten van het bedrijf of in een aangewezen inrichting;  ‐ vóór de verzending van broedeieren naar een aangewezen broederij moeten de  eieren en de eindverpakkingen worden ontsmet.  c) Andere verplaatsingen van pluimvee of broedeieren worden geval per geval beslist door het  Agentschap op basis van een gemotiveerde aanvraag. 

    Versoepelingen van toepassing van zodra het BG is opgenomen in het TG 

1. Het verplaatsen van andere vogels dan pluimvee is toegestaan. 

2. Het verzamelen van andere vogels (inbegrepen reisduiven bestemd voor wedstrijdvluchten) dan  pluimvee is toegestaan. 

3. Gebruikt strooisel, mest of drijfmest van pluimvee mag binnen het TG worden afgevoerd en  uitgespreid