Het soortenbesluit

Het Soortenbesluit

Een nieuwe Vlaamse regelgeving inzake soortenbescherming en soortenbeheer

 

 

Presentatie vertegenwoordigers erkende vogelhoudersverenigingen

12 augustus

Het Soortenbesluit

Eerste werkzaamheden gestart in 2007

Goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 15 mei 2009

Inwerkingtreding voorzien op 1 september 2009

Publicatie in Belgisch Staatsblad: voorzien op 13/08/2009 (morgen dus!)

Twee uitvoeringsbesluiten: rode lijsten en vogelhouderij

Heft KB van 9/09/1981 en zijn uitvoeringsbesluiten op.

Vroegere toestand van regelgeving inzake soorten in Vlaanderen

KB van 16 februari 1976 houdende maatregelen ter bescherming van bepaalde in het wild groeiende plantensoorten

KB van 22 september 1980 houdende maatregelen, van toepassing in het Vlaamse Gewest, ter bescherming van bepaalde in het wild levende inheemse diersoorten, die niet onder de toepassing vallen van de wetten en besluiten op de jacht, de riviervisserij en de vogelbescherming

KB van 9 september 1981 betreffende de bescherming van vogels in het Vlaamse Gewest

Besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 1993 betreffende de introductie in de natuur van niet-inheemse diersoorten

Besluit van de Vlaamse Regering van 4 juni 2004 met betrekking tot erkenning en subsidiëring van opvangcentra voor vogels en wilde dieren

 

 Uitgebreid, divers en niet altijd even samenhangend

 

Ambities van de nieuwe regelgeving

Maximale conformiteit aan Europese en andere internationale verplichtingen

Integratie en harmonisering van de bestaande regelgeving inzake soorten tot een eenvormig en samenhangend geheel

Soortenregelgeving die mogelijk maakt om adequaat in te gaan op de moderne uitdagingen inzake soorten

Inhoudelijk conservatieve benadering, maar met ruimte voor groei en flexibiliteit

Meer rechtszekerheid bieden aan de rechtsonderhorige

Wettelijk verankerde mogelijkheid tot voeren van soortenbeleid

Streven naar gunstige staat van instandhouding voor een maximaal aantal soorten

 

Het nieuwe Soortenbesluit legt de basisregels en de krijtlijnen vast waarbinnen het toekomstige soortenbeleid in Vlaanderen zal kunnen worden gevoerd.

Opbouw van het nieuwe besluit in een notendop

Hoofdstuk 1: algemene bepalingen

Definiëring aantal termen;

Afbakening toepassingsgebied.

 

Hoofdstuk 2: inventarisatie en registratie:

Bepalingen i.v.m. wie bepaalde info inventariseert en registreert;

Wettelijke bepaling concept ‘rode lijst’;

Bepalingen inzake synthese en evaluatie van beleid inzake soorten.

 

 

Opbouw van het nieuwe besluit in een notendop

Hoofdstuk 3: Soortenbescherming.

Principiële bescherming van heel aantal soorten, met bijzondere aandacht voor zgn. “communautaire” soorten (Bijlage 1, cat. 1 t.e.m. 3):

Verbodsbepalingen t.a.v. specimens/eieren, nesten/rustplaatsen/voortplantingsplaatsen, bepaalde middelen/installaties en verbod op introductie in het wild;

Bepaalde uitsluitingsgronden, o.m. bescherming van Bijlage 1/categorie mag geen absolute beperkingen opleggen t.a.v.-soorten plannen van aanleg, RUP’s, bestemmingsvoorschriften.

Mogelijkheid tot afwijking verbodsbepalingen, om bepaalde redenen en onder bepaalde voorwaarden:

uitdrukkelijke vergunning (regel);

na melding (in bepaalde gevallen).

 

Opbouw van het nieuwe besluit in een notendop

 

Soortenbehoud: mogelijkheid tot voeren van actief soortenbeleid

Voor beschermde soorten, opgenomen in categorieën ‘uitgestorven’, ‘met uitsterven bedreigd’, ‘bedreigd’ en ‘kwetsbaar’ van vastgestelde rode lijst;

Soortenbehoudsmaatregelen;

In geval dat soortenbehoudsmaatregelen afwijkingen vereisen op verbodsbepalingen Soortenbesluit: soortenbeschermingsprogramma (SBP) op te maken

 

Opbouw van het nieuwe besluit in een notendop

Hoofdstuk 4: Soortenbeheer

Mogelijkheid tot voeren van beleid inzake soortenbeheer, via zgn. ‘beheerregelingen’;

gericht op het voorkomen of herstellen van hinder, risico of schade veroorzaak door bepaalde soorten;

Beheerregeling:

Maakt bepaalde maatregelen mogelijk, onder bepaalde voorwaarden; wat beschermde soorten betreft enkel mogelijk om bepaalde redenen;

Geldig voor max. 5 jaar

Hoofdstuk 5: werking van opvangcentra voor wilde dieren.

Hoofdstuk 6: regels inzake het houden van beschermde soorten in gevangenschap

Hoofdstukken 7, 8 en 9: resp. toezicht, wijzigingsbepalingen en slotbepalingen

 

Opbouw van het nieuwe besluit in een notendop

Vijf bijlagen: (1) soortenlijsten, (2) verboden middelen, (3) bestrijdingsregeling, (4) en (5) opvangcentra.

M.n. Bijlage 1 van belang; bevat 5 categorieën:

Categorie 1: soorten waarop de basisbeschermingsbepalingen van het besluit van toepassing zijn (= geen vogels);

Categorie 2: soorten waarop de basisbeschermingsbepalingen van toepassing zijn, maar iets striktere afwijkingsmogelijkheden (= hieronder zijn de vogelsoorten gevat);

Categorie 3: soorten die zijn opgenomen in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, en die regelmatig voorkomen in het Vlaamse Gewest (= geen vogels), en de strengste bescherming hebben;

Categorie 4: soorten als vermeld in artikel 3, §2, 3° en 4°, waarop dit besluit alleen van toepassing is als het gaat over aspecten die niet geregeld worden in de jacht- of visserijregelgeving.

Categorie 5: soorten die in aanmerking komen voor vervoer na rechtmatig te zijn gedood buiten het Vlaamse Gewest (in EU).

Het houden van beschermde vogels in gevangenschap (1) - Toepassingsgebied

Het Soortenbesluit is van toepassing op:

inheemse vogelsoorten: van nature in het wild voorkomend in het Vlaamse Gewest;

uitheemse vogelsoorten die van nature in het wild voorkomen op het Europese grondgebied van de Europese Unie;

 Zie lijsten op website van Europese Commissie: http://ec.europa.eu/environment/nature/index_en.htm

overige uitheemse soorten, voor de introductie van specimens van die soorten in het wild of de toepassing van beheerregelingen met betrekking tot in het wild voorkomende populaties ervan.

Uit definitie van ‘soort’ in art. 1 Soortenbesluit volgt dat het besluit van toepassing op alle ondersoorten, rassen en variëteiten van een soort.

Soortenbesluit niet van toepassing op bepaalde soorten (enkel degene relevant voor deze presentatie opgesomd):

gedomesticeerde soorten, rassen of variëteiten.

de diersoorten die onder het jachtwild vallen, vermeld in artikel 3 van het Jachtdecreet, behalve voor aspecten die niet geregeld worden in de regelgeving op het vlak van de jacht.

de uitheemse soorten, voor de in-, uit- en doorvoer, vermeld in artikel 6, §1, III, 2°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.

Het houden van beschermde vogels in gevangenschap (2) - Uitgangspunt

Hoofdstuk 6: artikels 41-48 + ministerieel besluit (nog niet goedgekeurd)

Principe: het houden van specimens van beschermde vogelsoorten is toegestaan indien voldaan aan volgende voorwaarden:

1° het gaat om specimens die in het Vlaamse Gewest in gevangenschap zijn geboren en gekweekt. Dat wordt aangetoond met een gesloten pootring die voldoet aan de bepalingen van artikel 42, 43 en 44;

2° het gaat om specimens die afkomstig zijn uit een ander Belgisch gewest of uit een andere lidstaat van de Europese Unie en die er op een legale wijze onder zich werden gehouden. Dat wordt aangetoond met een van de onderstaande merkingsmethoden:

a) een gesloten pootring die voldoet aan de relevante regelgeving van een ander Belgisch gewest of een lidstaat van de Europese Unie en die aantoonbaar rechtmatig is afgegeven;

b) een ander rechtmatig afgegeven merkteken dan een gesloten pootring, dat voldoet aan de relevante regelgeving van een ander Belgisch gewest of een lidstaat van de Europese Unie en dat aantoonbaar rechtmatig is afgegeven.

Uitzondering, t.e.m. 31/12/2015: vinken die destijds legaal werden gevangen: open pootring.

Deze vrijstelling geldt niet voor het vervoer of de verhandeling van de eieren van die vogelsoorten: dit blijft m.a.w. verboden.

Het houden van beschermde vogels in gevangenschap (3) – De gesloten pootring

Basisvereisten waaraan gesloten pootring moet voldoen:

1° niet-vervormbaar en slijtvast;

2° naadloos = een ononderbroken ring of manchet, zonder enige naad of las, waarmee op geen enkele wijze is geknoeid;

3° voorzien van een uniek merkteken;

4° het formaat van de ring moet zodanig zijn dat hij, nadat hij in de eerste levensdagen van de vogel is aangebracht, niet meer kan worden verwijderd van de poot zonder beschadiging of verandering wanneer de poot van de vogel zijn definitieve omvang heeft bereikt. Bij het bevestigen van de ring mag de poot niet worden verwond.

 

 De minister stelt bijkomende voorwaarden vast (in MB), gericht op de kenmerken en kwaliteit van de ring, om fraude te vermijden.

 

Het houden van beschermde vogels in gevangenschap (4) – Afleveren van pootringen

Gesloten pootringen enkel af te leveren door erkende vereniging.

Aanvraagformulier moet 2 clausules bevatten:

aanvrager verklaart de voorbije vijf jaar geen veroordeling te hebben opgelopen wegens overtredingen van de regelgeving inzake het houden van vogels in gevangenschap, waarbij er een verbod opgelegd werd tot het houden in gevangenschap van specimens van beschermde vogelsoorten;

aanvrager verklaart ook werkelijk een vergelijkbare hoeveelheid specimens in gevangenschap te kweken die behoren tot soorten waarvoor die gesloten pootringen vereist zijn.

 

De verenigingen wijzen een aanvraag tot het verkrijgen van pootringen geheel of gedeeltelijk af als redelijkerwijze vermoed kan worden dat de aanvrager in strijd zal handelen met de bepalingen van dit besluit of als de aanvrager een overmatig aantal pootringen aanvraagt. Ze melden dat aan het agentschap.

Verenigingen krijgen daardoor een wettelijke slag om de arm, maar ook een verantwoordelijkheid om op te treden i.g.v. duidelijke wantoestanden.

Het houden van beschermde vogels in gevangenschap (5) – Gebruik van pootringen

De gesloten pootringen zijn persoonlijk.

Ringen mogen door de vogelhouders die ze hebben aangevraagd niet worden verhandeld, geruild of ter beschikking gesteld aan derden om vogels te ringen die niet door de aanvrager zelf gekweekt werden.

Vogels die in het Vlaamse Gewest in gevangenschap geboren zijn, moeten worden geringd met pootringen die zijn afgeleverd conform Soortenbesluit.

De vogels mogen alleen worden geringd met ringen waarop het jaar waarin de vogels zijn geboren is weergegeven, als onderdeel van het unieke merkteken.

Gesloten pootringen mogen alleen worden aangebracht bij vogels die in gevangenschap zijn geboren in het jaar dat op de ring is weergegeven, als onderdeel van het unieke merkteken, en die in overeenstemming met dit besluit geringd moeten worden met een gesloten pootring.

Het houden van beschermde vogels in gevangenschap (6) – Erkenning van verenigingen

Erkenning door ANB.

Erkenning voor maximaal 3 jaar; aanvraag tot verlenging min. 3 maand voor aflopen van bestaande erkenning.

Voorwaarden erkenning:

de vereniging groepeert personen of rechtspersonen die zich toeleggen op het houden of het kweken van vogels in gevangenschap;

de vereniging bezit rechtspersoonlijkheid;

de vereniging is sinds minstens drie jaar onafhankelijk actief in ten minste twee Vlaamse provincies en toont daarbij aan dat ze gedurende die periode in staat was om te voldoen aan de administratieve verplichtingen cfr. het Soortenbesluit.

Aanvraag tot erkenning moet bepaalde gegevens bevatten.

Erkenning kan worden ingetrokken wanneer:

de erkenning werd verkregen op grond van valse verklaringen of documenten;

de vereniging niet langer aan voldoet aan de erkenningsvoorwaarden;

de vereniging overtredingen van de bepalingen van dit besluit pleegt, doet plegen, bevordert of tolereert.

 

Het houden van beschermde vogels in gevangenschap (7) – Lijst van ‘fraudegevoelige soorten’

Te beslissen door minister (MB), op voordracht van ANB.

Lijst van Europese vogelsoorten waarvan de wilde populaties kwetsbaar zijn voor de onttrekking van specimens uit het wild met het oog op het frauduleus in de handel brengen ervan, alsof ze in gevangenschap zijn geboren en gekweekt.

Consequenties van opname op lijst:

Voor het houden van specimens van deze soorten gelden de bepaalde bijkomende registratieverplichtingen.

Op basis van de aldus verkregen gegevens en na overleg met de Europese Commissie, legt de minister aanvullende voorwaarden, beperkingen of verbodsbepalingen, inzake het houden in gevangenschap of het verhandelen van als kwetsbaar aangemerkte vogelsoorten, voor vaststelling voor aan de Vlaamse Regering.

Opname in lijst mogelijk wanneer voldaan aan min. 2 van 3 volgende voorwaarden:

de soort in kwestie is zodanig zeldzaam of bedreigd in de Europese Unie dat elke onttrekking van specimens ervan uit het wild een significant ongunstige impact kan hebben op de staat van instandhouding van de soort in de Europese Unie;

van de soort in kwestie is algemeen aanvaard dat ze moeilijk te kweken is in gevangenschap;

specimens van de soort in kwestie hebben een relatief hoge geldwaarde in de vogelhandel.

Het houden van beschermde vogels in gevangenschap (8) – Administratieve verplichtingen

Voor erkende vereniging:

Bijhouden van gegevensbestand van afgeleverde pootringen (aantal afgeleverde ringen per ringtype, datum van afgifte, naam en adres van houders aan wie afgeleverd).

Ten laatste op 30 april een lijst overmaken aan ANB met daarin: aantal afgeleverde pootringen, naam en adres van houders aan wie afgeleverd.

Bijhouden van overzicht (naam, adres, lidnummer) van leden die vogels houden die voorkomen op lijst van zgn. ‘fraudegevoelige soorten’ (momenteel nog slapende bepaling).

Voor individuele houder:

Bijhouden van overzichtslijst met bepaalde gegevens (onder zich hebben, verworven, afgestaan) van vogels van zgn. ‘fraudegevoelige soorten’ (momenteel nog slapende bepaling) die de houder onder zich heeft.

Jaarlijks afsluiten van deze overzichtslijst op 31 december.

Meedelen van afsluiten van lijst aan erkende vereniging (wanneer lid) of ANB (wanneer geen lid)

Gedurende 5 jaar na afsluiten de overzichtslijst bijhouden (art. 48 SB).

 

Het houden van beschermde vogels in gevangenschap (9) – Bijkomende voorwaarden ringen (MB)

Legt bijkomende voorwaarden op inzake de kenmerken en de kwaliteit van de gesloten pootring, met oog op vermijden van fraudemogelijkheden.

Voorziet tevens de basis voor de opmaak van een lijst van, ‘fraudegevoelige soorten’.

Ontwerp opgemaakt i.s.m. kabinet.

Momenteel nog niet goedgekeurd.

 

 

Het houden van beschermde vogels in gevangenschap (10) – Bijkomende voorwaarden ringen (MB)

Voorwaarden gesloten pootringen:

De pootringen moeten van een dergelijke kwaliteit zijn dat de binnendiameter noch langs fysische noch langs chemische weg kan worden veranderd.

De pootringen mogen niet uitgevijld, gerekt, doorgezaagd of op enige andere wijze aangepast worden.

De pootringen met een diameter gelijk of groter dan 2,3 mm zijn vervaardigd van verhard aluminium (treksterkte minstens 340 Newton/mm2).

In afwijking hiervan kunnen pootringen voor roofvogels (Accipitriformes) vervaardigd zijn van roestvrij staal.

In afwijking hiervan kunnen pootringen voor watervogels behorend tot één van de volgende ordes vervaardigd zijn van kunststof of roestvrij staal: 1° Eendachtigen (Anseriformes), 2° Ooievaarachtigen (Ciconiiformes) en 3° Steltloperachtigen (Charadriiformes).

De pootringen met een diameter kleiner dan 2,3 mm zijn vervaardigd van aluminium (treksterkte minstens 125 Newton/mm2), en zijn voorzien van een breuklijn over de volledige breedte van de ring die ervoor zorgt dat de ring bij het openrekken of manipuleren breekt.

De pootringen zijn voorzien van een kleurlaag die voor elk jaar waarin de ring wordt aangebracht, verschillend is.

 

 

Het houden van beschermde vogels in gevangenschap (11) – Bijkomende voorwaarden ringen (MB)

Voorwaarden gesloten pootringen (vervolg):

De pootringen moeten cilindervormig zijn en de beide openingen ervan moeten dezelfde diameter bezitten.

Het unieke merkteken op de pootringen moet tenminste de volgende vermeldingen bevatten:

de laatste twee cijfers van het jaartal waarin de ring mag worden aangebracht;

de aanduiding van de binnendiameter tot in tienden van een millimeter;

de initialen of een hiermee overeenstemmende lettercode van de erkende vereniging die de ring uitgeeft;

per ring een uniek nummer.

 

De vermeldingen op de pootringen moeten op zulke wijze zijn aangebracht dat zij leesbaar blijven gedurende de hele gebruiksduur van de ring.

 

De pootringen aangebracht bij vogels van een bepaalde soort moeten voldoen aan de voor de betrokken soort vastgelegde maximumbinnendiameter zoals bepaald in kolom 1 van bijlage 1 van dit besluit.

Voor soorten waarvoor geen maximumbinnendiameter is bepaald in bijlage 1 moet de ring passend zijn, conform artikel 42, §1, 4° van het besluit.

 

Het houden van beschermde vogels in gevangenschap (12) – Bijkomende voorwaarden ringen (MB)

Voorwaarden open pootringen:

De pootringen moeten zo zijn vervaardigd dat zij, na eenmaal rond de poot van de vogel te zijn gesloten, niet meer kunnen worden verwijderd zonder te breken of de poot van de vogel te kwetsen.

De diameter van de pootringen na sluiting moeten aangepast zijn aan de vogelsoort.

De pootringen dragen een samengesteld nummer bestaande uit de laatste twee cijfers van het jaartal waarin de ring wordt ontvangen en een nummer uit een doorlopende reeks, bestaande uit minstens vier cijfers. De eerste ring van elke reeks draagt het nummer 0001.

Bezwaren/onduidelijkheden,…

Is er nood aan een overgangsperiode?

Daar wordt om verzocht.

Analyse uitgevoerd, en overgangsperiode voor inwerkingtreding van het Soortenbesluit zelf niet nodig:

Administratieve verplichtingen:

Geen zware bijkomende administratieve verplichtingen t.o.v. vroegere regelgeving, noch voor vereniging, noch voor individuele houder.

Enkel overmaken van overzichtlijst van aantal afgeleverde pootringen, en naam en adres van houders aan wie afgeleverd is nieuw; moet pas tegen 30 april 2010 voor eerst keer gebeuren = 8 maanden na inwerkingtreding.

Kwalitatieve vereisten pootringen:

Basisvereisten weergegeven in Soortenbesluit leveren geen probleem op t.o.v. vroegere regelgeving.

Bijkomende voorwaarden vast te stellen door minister: voorwaarden in ontwerp-MB grotendeels dezelfde als in vroeger MB van 14/09/1981.

Voor de nieuwe vereisten in ontwerp-MB t.o.v. vroeger kan overgangsperiode van 6 maanden worden voorzien.

 

Bezwaren/onduidelijkheden,…

2. Onderscheid tussen ringen voor Europese en niet-Europese vogels

Erkende verenigingen zijn verplicht jaarlijks tegen 30 april een lijst over te maken aan ANB met daarin: aantal afgeleverde pootringen, naam en adres van houders aan wie afgeleverd.

Deze verplichting geldt enkel voor soorten die onder toepassing van het Soortenbesluit vallen (= Europese soorten).

Zelfde ringen echter gebruikt voor zowel Europese als niet-Europese soorten.

Verenigingen moeten vermijden dat informatie van niet-Europese soorten wordt doorgegeven.

Mogelijke oplossing: extra kenmerk op ringen voor Europese soorten: verticaal streepje

Bezwaren/onduidelijkheden,…

3. Einddatum open pootringen vinken.

31 december 2015, gerekend vanaf 2001 (laatste toegelaten vangstseizoen).

Indien werkelijk problematisch zal dit op termijn BVR-wijziging vereisen.

4. Lijst van ‘fraudegevoelige soorten’.

Tot nader order bestaat deze lijst nog niet en zijn de relevante bepalingen dan ook ‘slapend’.

Criteria moeten er voor zorgen dat met name de relevante soorten waarvoor dit nodig is op deze lijst terecht komen.

Conclusie

Het Soortenbesluit is een zeer belangrijke stap voor het Vlaamse Soortenbeleid: een transparante, duidelijke en consistente regelgeving.

Het Soortenbesluit creëert een noodzakelijke en solide basis voor het Vlaamse soortenbeleid.

Het Soortenbesluit biedt de mogelijkheid om adequaat in te spelen op de moderne uitdagingen inzake soorten.

Specifiek m.b.t. het houden van vogels in gevangenschap: het Soortenbesluit biedt voldoende ruimte om deze hobby uit te oefenen, met afdoende mogelijkheden voor toezicht en controle.

Het Soortenbesluit heeft komaf gemaakt met bepaalde administratieve verplichtingen die bestonden n.a.v. de oude regelgeving.